25/02/25
Het kindje is thuis.
Ze gaat slapen.
Het gaat bliksemen.
In de ochtend gaat ze spelen.
Ze gaat buiten spelen.
Dan gaat het nog bliksemen.
Dan gaat ze terug slapen.
Ze is ziek, ze heeft koorts.
Suzan
24/02/25
Mijn mama heeft een
cadeautje open gedaan.
Mama is blij.
Sue is een rondje bij mama en papa.
Sue
25/02/25
Een rondje.
Ik heb dat allemaal getekend.
Otto
25/02/25
Het kindje ging naar het bos.
Hij ging daar spelen met zijn zandauto.
Dan was hij naar zijn huisje.
Dan was er bliksem.
Dan was hij ziek.
Hij moest siroop nemen.
Dan moest hij naar school.
Otto B
24/02/25
Het kindje ging op stap naar de luchtballon.
Het was echt zonnig weer vandaag.
Het kindje vindt het leuk in de zon.
“Ik ga in de luchtballon vliegen” zegt het kindje.
Mama gaat ook mee.
Het is regen en zon vandaag.
Er is een regenboog gekomen want er is regen en ook zon vaandaag.£
De ballon vliegt weg naar een ander land.
Pia
24/02/25
Een bloem.
Misschien een slang gemaakt.
Hier was ik bij papa blijven slapen.
Isaak
07/02/25
Papa ging met het kindje naar de speeltuin.
Dan gingen ze naar de winkel.
Dan wandelen ze naar huis.
Ze spelen met de blokken.
Dan gingen ze schilderen.
Ze gaan het gras maaien.
Dan ging de papa naar zijn werk.
Dan is het kindje thuis met mama.
Dan roept mama dat het etenstijd is.
Dan roept mama dat het bedtijd is.
Dan komt papa thuis.
Dan is het kindje blij.
De zon schijnt, ze worden wakker.
Dan zit er in mama haar buik een baby.
Grèta
24/02/25
Het was vuurwerk buiten.
Er was een kindje buiten en er was bliksem.
Dan was de mama ze snel komen halen en ze deed
de deur snel op slot.
Ze zet het kindje snel binnen.
Er was nog eens bliksem.
Ze eten en er kwam nog eens bliksem als ze gingen slapen.
Eero
14/02/25
Het mannetje zit in de zetel.
Hij is t.v. aan het kijken.
Dan ging hij naar buiten.
Hij keek naar de nieuwe minions op t.v.
Hij ging dan naar het bos.
Hij kwam iemand tegen, het was een wesp.
Dan was hij op zijn gsm aan het kijken.
Hij ging terug naar huis.
Hij ging pizza eten.
24/02/25
Het kindje ging nar het bos.
Het zonnetje schijnt.
Haar mama was ook mee.
Daarna ging ze naar huis.
Dan gaan ze eten.
Dan is het kindje moe.
Dan brengt mama haar naar bed.
Het kindje had pijn aan haar hoofd.
Ze was tegen de boom gebotst.
Daarna had mama een plakker op haar hoofd gedaan.
Dan had ze geen pijn meer.
Grèta
07/02/25
De directeur waas aan het stappen.
De directeur was boos op de clowns.
Ze hadden nog circus gemaakt.
Het huis was veranderd van kleur.
De zon kwam helemaal naar beneden.
De zon was kapot gegaan.
De directeur zijn kleren waren helemaal zwart met goud.
De micro was kopt.
Dan was de directeur gaan wandelen naar zijn auto.
Dan zegt de directeur tegen het meneertje van de boot: “ik ga voor jou cakejes
bakken.”
De koorddansers zeggen “wij gaan wandelen en als we klaar zijn gaan we naar
huis.”
Donatien